U bevindt zich hier: Perspectief

Perspectief

Methodiek Perspectief

Doelstelling van Perspectief is de jongeren met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) in een beschermde woonomgeving zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomst.

Dit betekent in de eerste plaats dat gedurende de plaatsing duidelijk moet worden hoe deze toekomst eruit zal gaan zien. Er zal een perspectief ontwikkeld moeten worden, ten aanzien van de levensgebieden wonen, werken en vrije tijd. Voor iedere jongere kan dit perspectief er anders uitzien. De meeste jongeren zullen toewerken naar het wonen in een RIBW maar ook een meer beschermde woonvoorziening of terugplaatsing naar de thuissituatie is een mogelijkheid.

Om tot ontwikkeling te komen is het in de eerste plaats nodig dat het leefklimaat veilig en stimulerend is voor de jongere. Het klimaat is aangepast aan de problematiek van de doelgroep. Mensen met ASS ervaren de omringende wereld veelal als chaotisch en bedreigend. Ze hebben  hulp nodig in het ordenen van deze wereld. De begeleiding geeft met zoveel mogelijk duidelijkheid, voorspelbaarheid en structuur het gewone leven vorm. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in een duidelijke weekstructuur en aanpassingen in de communicatie. ASS uit zich bij iedere jongere anders en ook de behoeften ten aanzien van de benadering verschillen erg. Dit maakt dat er naast een algemene aanpak ook individueel gewerkt wordt. Door deze basisbenadering voelen de jongeren zich prettig en functioneren zij goed. Pas dan zijn zij in staat om zich te ontwikkelen en nieuwe vaardigheden te leren.

Als er zicht is op de mogelijkheden en de beperkingen van de jongere na een eerste observatieperiode, worden er behandeldoelen vastgesteld. Jongeren worden voor verschillende ontwikkelingstaken gesteld in hun ontwikkeling richting zelfstandigheid. In de eerste plaats is het van belang een gezond dag- en nachtritme te hebben. Specifiek voor deze jongeren geldt dat het erg belangrijk is inzicht te hebben in de eigen problematiek en deze te kunnen accepteren. Praktische vaardigheden moeten worden geleerd, zoals jezelf en je leefomgeving verzorgen, allerlei huishoudelijke vaardigheden, budgetteren en bankzaken regelen. Een structurele invulling van de dag en een zinvolle invulling van de vrije tijd zijn van groot belang. Verder moet de jongere sociale vaardigheden ontwikkelen, vriendschappen leren aangaan en onderhouden en is relatievorming en seksualiteit aan de orde. Gedurende de behandeling zullen verschillende taken als behandeldoel worden gekozen. De problematiek van de jongere maar ook andere factoren zoals bijvoorbeeld de leeftijd, het intelligentieniveau en al eerder geleerde vaardigheden maken dat de keuze van doelen maar ook de verwachtingen ten aanzien van het te bereiken niveau verschillend zullen zijn.

Bij het vergroten van de vaardigheden van de jongere wordt gewerkt volgens de methodiek van het competentiegericht werken. Dit betekent dat bij iedere jongere, op basis van een analyse van zijn vaardigheden met betrekking tot de verschillende ontwikkelingstaken, concrete doelen worden gesteld. In stapjes worden de vaardigheden vergroot. Gedragstherapeutische principes spelen een belangrijke rol bij deze aanpak.

Deze werkwijze richt zich erg op het uitbouwen van het gezonde functioneren en de krachten van de jongere.

Vanwege het belang van inzicht in en acceptatie van de problematiek maakt psycho-educatie  onderdeel uit van de behandeling. In groepjes of individueel worden naast voorlichting over de problematiek diverse thema's die samenhangen met het hebben van ASS besproken.

Sociale vaardigheden worden eveneens individueel of groepsgewijs getraind. Er wordt gewerkt met een draaiboek maar ook met individueel aangepaste oefeningen. De keuze voor individuele behandeling of behandeling in een groep wordt bepaald door bijvoorbeeld het berheersingsniveau van de jongeren en het aantal jongeren dat de training op een bepaald moment nodig heeft.

Naast het toewerken naar meer zelfstandigheid kan het nodig zijn om aan individuele behandeldoelen te werken. Deze kunnen samenhangen met de stoornis van de jongere, zoals angst of agressieregulatieproblemen, maar kunnen ook van een andere aard zijn. Voor dergelijke behandelvraagstukken kan PMT of individuele behandeling ingezet worden. Echter behandeling in Perspectief is in de eerste plaats gericht op het werken richting zelfstandigheid en is geen behandelsetting voor complexe problematiek. Er kan een punt bereikt worden waarop behandeling in Perspectief onvoldoende kan bieden en uitgekeken moet worden naar een andere behandelvoorziening.

Tot slot kan, indien noodzakelijk, medicamenteuze behandeling deel uit maken van de behandeling in Perspectief.

Hoewel de jongeren in de behandeling toewerken naar meer zelfstandigheid en uiteindelijk een toekomstige woonplek speelt ook het thuisfront een belangrijke rol. De meeste jongeren gaan in de weekenden en vakanties geregeld naar huis en er wordt geprobeerd deze bezoeken zo goed mogelijk te laten verlopen. Voor de jongere is het van belang een goed contact te hebben en houden met familie en vrienden; dit netwerk zullen ze ook in de toekomst nodig hebben.

Hoe werkt het op Perspectief?
Hoe ziet de hulp eruit?
a. Fasen
De begeleiding is gericht op het zelfstandig functioneren van de jongere, het aanleren en  onderhouden van praktische en sociale vaardigheden. Het uiteindelijke doel is zoveel mogelijk zelfredzaamheid en zelfstandigheid.

De groei naar zelfstandigheid gebeurt in verschillende fasen, waarbij de begeleiding steeds minder intensief wordt en de zelfstandigheid steeds groter.

Het tempo waarmee jongeren de verschillende fasen doorlopen is heel verschillend en ook het eindniveau varieert, een tweede of derde fase is niet voor iedere jongere haalbaar.

De eerste fase van de begeleiding staat in het teken van kennismaking en opbouwen van een werkrelatie. Tijdens deze fase wordt informatie verzameld zodat de begeleider en de jongere zicht krijgen op het functioneren op verschillende gebieden. Welke vaardigheden worden al beheerst en welke moeten worden aangeleerd? Denk hierbij aan praktische zaken als koken, een bankrekening openen en het vasthouden aan een daginvulling. Met deze informatie worden de doelen verder uitgewerkt en vastgelegd in het hulpverleningsplan.

Tijdens de tweede fase wordt er gewerkt aan de doelen. Er wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid, de jongere is in staat om een weekplanning te maken en zich daar aan te houden. De jongere kan zich aan afspraken houden, heeft de  financiën op orde en weet wanneer er hulp gevraagd moet worden en doet dat ook. Kortom: als het om praktische zaken gaat, is de jongere in staat om goed voor zichzelf te zorgen.

Tijdens fase 2 wordt het (sociaal)netwerk in kaart gebracht. Nagegaan wordt, welke steun de jongere op langere termijn nodig heeft en welke personen uit het netwerk hierin een rol kunnen vervullen.

In de derde fase, de afsluitende fase, wordt er gewerkt aan de laatste doelen en bereidt de jongere zich voor op de vervolgsituatie. Er is geen directe begeleiding en ondersteuning meer. De jongere is in staat zelf keuzes te maken en daar ook zelf de verantwoordelijkheid voor te nemen. De begeleiding is vooral adviserend en minder controlerend. De casemanager, ouders en andere belangrijke personen worden, waar nodig en mogelijk, bij de begeleiding betrokken.

b. Wat verwachten we van de jongere? Condities.

c. Begeleiding
Uitgangspunt is dat de jongere ondersteund wordt waar hij/zij dat nodig vindt. Samen met de begeleider werkt de jongere in stappen naar het vastgestelde doel toe. Respect en vertrouwen staan hierbij voorop. De begeleider komt op afgesproken tijden bij de jongere op bezoek. Om te praten over hoe de dingen gaan. Of om samen met de jongere op pad te gaan naar bijvoorbeeld een afspraak bij het arbeidsbureau of de sociale dienst. Als alles goed verloopt, komt de begeleider minder vaak.

d. Omgaan met geld
Het kunnen omgaan met geld is een leerdoel waarbij de jongere steeds meer eigen verantwoordelijkheid kan krijgen. De jongere krijgt (zelf) een bedrag dat gebruikt moet worden voor voeding, persoonlijke verzorging, kleedgeld e.d. Uitgaven en inkomsten worden bijgehouden  in een kasboek. De jongere is verplicht om de begeleider inzage te geven in de financiële situatie.

e. Vrijetijdsbesteding

Om een zo normaal en prettig mogelijk leven te hebben is het belangrijk om een zinvolle dagbesteding te hebben. Hier hoort ook vrijetijdsbesteding bij. Activiteiten zijn een goede manier om de dag in te delen. Het biedt houvast, leermomenten en ontmoetingsmogelijkheden. De jongere stelt zelf de vrijetijdsbesteding vast door middel van een weekplanning.

Het maken van een weekplanning
Ten behoeve van het hebben en houden van overzicht is het noodzakelijk dat de jongere een weekplanning maakt. Hierop staan alle zaken die de jongere komende week gaat, wil of moet doen. Zoals bijvoorbeeld schoonmaken, bezoek ontvangen, op bezoek gaan, boodschappen doen. De weekplanning wordt besproken in de bewonersvergadering en moet een verantwoord overzicht en inzicht geven.

Begeleiding bij werk of stage

Een baan of stage stelt eisen: op tijd komen, samenwerken met collega`s, omgaan met werkdruk. Dat is vooral in het begin wennen. Daarom is een goede voorbereiding op het werk belangrijk. Ook hierbij kan de begeleider ondersteunen. Een baan houden is net zo belangrijk als een baan vinden. De begeleider bespreekt regelmatig met de jongere hoe het gaat en helpt ook als er problemen zijn. De begeleider houdt ook contact met de baas en eventuele collega`s.

Het netwerk
Een netwerk is een groep (belangrijke) mensen om de jongere heen, zoals familieleden, buren, kennissen, de huisarts. Mensen bij wie de jongere kan aankloppen voor een praatje of hulp als er problemen zijn. Iedereen heeft een netwerk nodig. In de praktijk blijkt dat het niet altijd gemakkelijk is een netwerk te ontwikkelen. Hoe leert de jongere mensen kennen? Waar moet de jongere naar toe als er problemen zijn? Waar gaat de jongere naar toe voor gezelligheid? De jongere kan voor al dit soort vragen bij de begeleider terecht.

Vriendenkring
Iedereen heeft in meer of mindere mate behoefte aan een goede vriend/in. Om - bijvoorbeeld - af en toe een avondje gezellig te kletsen, naar het voetballen te kijken, een eind wandelen of met elkaar wat te gaan drinken. Samen valt er vaak meer te genieten dan alleen. Het kunnen beschikken over een groepje mensen met wie het klikt, is bovendien het beste middel tegen eenzaamheid en isolement. Toch valt het niet altijd mee om zelf een netwerk van vrienden op te bouwen. Vaak helpt het om lid te worden van een club, of een afspraak te maken met iemand die de jongere leuk vind. Dit soort zaken kunnen met de begeleiding besproken worden.

Weekenden.
In de weekplanning staat duidelijk vermeld wat de jongere in het weekend gaat doen, ofwel op Perspectief of elders. Weekenden bij ouders of familie worden in goed overleg tussen begeleider, jongere en familie geregeld.

Bekijk hier de foto's van Perspectief.